Elektrische arbeidsmiddelen zijn ingedeeld in diverse klassen. De klasse indeling is gemaakt om bepaalde elektrische eigenschappen van elektrische arbeidsmiddelen aan te geven en vervolgens in welke omstandigheden deze gebruikt mogen worden.


KLASSE 0

Hierbij wordt de basisisolatie (bijvoorbeeld tweelingsnoer) gebruikt ter voorkoming van elektrisch aanrakingsgevaar. Er wordt geen gebruik gemaakt van aarding van metalen delen. Metalen delen zijn wel geïsoleerd van spanningvoerende delen.


KLASSE I

Metalen delen van apparatuur in deze klasse worden verbonden met een beschermingsleiding en kan men herkennen aan de contactstop (stekker) met randaarde. Mocht er een defect ontstaan, dan kan de stroom relatief veilig worden afgevoerd. Een apparaat van klasse I dient uiteraard te worden aangesloten op een contactdoos (stopcontact) met beschermingscontacten.


KLASSE II

Apparaten in deze klasse zijn dubbel geïsoleerd en voorzien van een stekker zónder randaarde. De behuizing van het apparaat is extra geïsoleerd. Deze apparaten zijn voorzien van een stekker welke is  “aangegoten” aan de kabel. Bij een defect aan bijvoorbeeld de stekker dient het geheel dus vervangen te worden! Apparaten van klasse II zijn herkenbaar aan het symbool met de 2 vierkantjes in elkaar.


KLASSE III

Apparaten in deze klasse worden aangesloten op een SELV (Safety Extra Low Voltage) keten. De spanning tussen aanraakbare componenten onderling of tussen componenten en aarde is kleiner dan 50V wisselspanning. Apparaten in deze klasse zijn herkenbaar aan het symbool van een ruitje met III er binnenin. 

Terug naar E&I informatie

Volg ons ook via: